Thrillers and More had een interview met Anthonie Holslag, auteur van Zwarte muren, Een bloedovergoten dageraad, In het kille ochtendlicht en nog vele anderen. Wij spraken hem in het kader van zijn boek Toevluchtsoord.

Toevluchtsoord gaat over een groep vrienden die elkaar sinds de middelbare school kent. Herken jij jezelf hierin?
Absoluut. Sterker nog, veel van de personages zijn archetypes of persoonlijkheden die zijn gestoeld op de vrienden die ik destijds had. Ik heb het hopelijk alleen zo geschreven dat ze minder herkenbaar zijn. Ook de hut bestaat. We gingen daar in de zomer en de winter naartoe. Wat een feest was. Want je mocht officieel natuurlijk geen alcohol drinken voor je 21e, maar omdat een broer van een vriend boven de 21 was, kocht hij de drank in. Het was daarom voor ons een veilige plek om los te gaan, een puber te zijn. Want de hut lag zover van de buitenwereld verwijderd, dat de politie daar nooit zou komen. En we hebben wat stunts uitgehaald. (Van de daken gesprongen in balen sneeuw. Naakt gezwommen in een meer – al de dingen die pubers doen.) We voelden ons, zoals vele jongeren, onsterfelijk. En dat gevoel wilde ik in het verhaal verwerken en vasthouden. Veel scenes zijn dan ook autobiografisch. Het zingen voor een haardvuur, je met skilatten vastbinden aan de bumper van de auto. Dat soort dingen hebben we echt gedaan. In deze zin is Toevluchtsoord niet alleen een spannend en benauwend verhaal geworden, maar ook een boek met coming-of-age elementen. Een boek waarin mensen nostalgisch naar hun leven terugkijken en beseffen dat niets is verlopen zoals ze hadden gedacht. Een boek waarin tijd, zoals Martijn Adelmund bij de boekpresentatie aangaf, elastisch is.

Hoe ben je tot dit verhaal gekomen?
Ik had een feuilleton geschreven voor de fanzine “KingThings”. Deze bestond uit een aantal delen, waarin ik voornamelijk het werk van Stephen King incorporeerde. Ik vond het een uitdaging om dit opnieuw te doen, maar dan zonder grenzen. Deze feuilleton zou vervolgens op de website De Nachtvlinders gepubliceerd worden. Toen ik echter begon te schrijven werd het verhaal groter en groter en begon het een eigen leven te leiden. Heel veel van mijn obsessies kwamen in dit verhaal terug. Opgesloten zitten. Claustrofobie. Een onbekend gevaar dat naderbij komt en relaties die door het gevaar onder druk komen te staan. (Dit was ook de reden waarom we het boek een “psychologische thriller” noemden. Omdat we de nadruk op de spanningen in de relaties wilden leggen.) Ja, er komen gruwelijke elementen voor, bloederige scenes en monsters. Maar het gaat in de eerste plaats om het verval van vriendschap als deze in een hogedrukpan wordt geplaatst. Iedere personage laat een andere kant van zichzelf zien. Waarbij de dagelijkse maskers worden weggetrokken, waardoor we het gezicht zien dat achter de maskers schuilgaat.

Stel je dan ook een hut voor, die afgesneden is van de buitenwereld. Alle communicatiemiddelen doen het niet meer en het laatste wat je op TV hebt gezien, vlak voordat de stroom uitviel, was hoe de wereld op instorten stond. Je weet dat er een onbekend gevaar aanwezig is. Je weet ook dat je ver van de buitenwereld bent verwijderd. Maar dat het niet lang zal duren, voordat het gevaar naderbij komt. Wat doe je dan? En het was deze claustrofobie die ik wilde weergeven, die een kapstok vormde voor het verhaal. Het onontkoombare. De verschrikkingen. Het gevaar die komt en die je niet kunt ontlopen of tegenhouden. Later heb ik andere lagen aan het verhaal toegevoegd. De psychologische relaties van de personages onderling of een politieke laag die in het verhaal aanwezig is en een beeld geeft van de Verenigde Staten zoals deze nu is. Ik houd niet zo van rechttoe en rechtaan verhalen, waar de nadruk op het plot ligt. Ik leg de nadruk meer op de personages en hun achtergrondverhalen, zodat ze driedimensionaal worden en met ze mee kan leven. Geen enkele personage is perfect, ze hebben allen hun gebreken. Hierdoor begin je sympathie voor de personages te krijgen en leef je met ze mee. Dan wordt de spanning nog benauwender en komt het verhaal en de wendingen meer als een knal aan. Ik werk verhalen veelal van binnenuit uit, waardoor bij een tweede of een derde leesronde de lezer andere verbindingen ziet. Ook maak ik gebruik meta-fictie en nuggets. Wat ik hiermee bedoel is dat als je Toevluchtsoord leest, en mijn verhalenbundels hebt gelezen, je dwarsverbanden zou kunnen vinden. Ik vind dat altijd leuk om te doen. Verhalen in verhalen te verwerken en zo laag op laag aan te brengen. Ik heb overigens voor De Nachtvinders een ander feuilleton geschreven met weer een andere invalshoek. Ik had aan Frank Mulder (de beheerder van de site) drie trefwoorden gevraagd wat uiteindelijk “barbecue”, “schoenveter” en “stortregen” zou worden en op basis van deze woorden heb ik een verhaal geschreven met als titel Stortvloed. Je zou kunnen zeggen dat ik als schrijver ervan houd om mezelf uit te dagen en de grenzen op te zoeken. Op deze manier probeer ik altijd te experimenteren met het schrijven zelf.

Wat is jouw toevluchtsoord?
Mijn toevluchtsoord is vader zijn, lezen, muziek luisteren en schrijven en niet noodzakelijk in deze volgorde. Wat ze gemeen hebben, is dat een verhaal of een gedicht (of je het nu schrijft of leest) of een goed stuk muziek je naar een andere plek kan brengen. Een plek waar de dagelijkse beslommeringen wegvallen. Waar alleen datgeen wat je leest, schrijft of hoort bestaat. Als schrijver probeer ik deze plek altijd te bereiken. Soms lukt dat, soms lukt dat niet en eindigt de scene veelal in de pullenbak, soms moet ik een scene tien keer herschrijven, totdat deze “goed” aanvoelt.

Is er een karakter uit Toevluchtsoord waar jij je het meest mee verbonden voelt?
Alle karakters, hoewel ze gestoeld zijn op vrienden die ik heb gekend, zijn zij een weerspiegeling van mezelf. Maar ik denk dat vooral Maude en Jack met hoofd en schouder boven de rest uitsteken. Maude omdat ze op een analytische manier naar haar vrienden blijft kijken. Zij is degene die de spanningen observeert. De andere karakters gaan meer met de golven mee. Jack omdat hij eigenlijk een buitenbeentje is. Een gevoel dat ik vooral in mijn tiener jaren herken. 

Hoe ver denk jij dat de mensheid zal gaan met genetische manipulatie?
Ik denk ver, als we de middelen eenmaal hebben. Nu zijn er nog ethische bezwaren, maar als straks bewezen kan worden – en deze onderzoeken worden nu gedaan – dat we op moleculair niveau kanker kunnen bestrijden, zal ook de ethiek daaromheen zich aanpassen. Ethiek is in deze zin net zo elastisch als andere wetmatigheden. Een toepasbare uitvinding, ten goede of ten kwade, zal altijd ons blik op de buitenwereld veranderen. Denk aan een vliegtuig. Een transportmiddel dat we ons 150 jaar geleden niet konden voorstellen. Denk aan de atoombom. Ze hebben ons wereld wezenlijk veranderd. Ten goede of ten kwade. 

Wie zijn jouw idolen op schrijfgebied?
Ik heb er veel, want ik lees ontzettend veel. Hier maar een aantal namen: Robert McCannon, Stephen King, Chuck Palahniuk, Jo Nesbo, Justin Cronin, Tom Rob Smith, Arnaldur Indridason, Jack McDevitt, Michael Habbon, Bret Easton Ellis, Jonathan Safran Foer, Kurt Vonnegut, Roald Dahl, S. K. Tremayne, Kate Moss, Phillippe Claudel, Eggers en nog veel meer. En bij Nederlandse schrijvers: Grünberg, het laatste boek van Murat Isik (Wees Onzichtbaar) en het boek Waterjager van Chris Polanen hebben veel indruk bij me achter gelaten. Daarnaast leek ik ook veel klassiekers. Zoals Tennessee Williams en zijn korte verhalen, Salinger, Kerouac. Ik ga de laatste tijd door een fase van Amerikaanse klassiekers heen. Ik houd in ieder geval van schrijvers die zich niet alleen op een plot richten, maar deze plot weten te versterken met personage, verdiepingen en een eigen stem. En vooral het laatste is moeilijk. Iedere auteur moet zijn stem zien te vinden.

Je hebt zelf lange tijd in de Verenigde Staten geleefd. Zou je je daar nu nog thuis voelen?
Mijn ervaringen in de Verenigde Staten waren geweldig. Er is iets in de mentaliteit dat ik als zeer bevrijdend beschouw. Je wordt niet zo snel gelabeld of in een hokje geduwd. Tenminste, niet op de plek waar ik woonde. (Ik woonde aan de oostkust in de staat NY. De waarden en normen daar zijn geheel anders dan bijvoorbeeld in de Bible Belt.) En hoe kritisch ik er ook tegenover sta, het idee van de “American Dream” (dat natuurlijk in hoge mate een mythe is) geeft wel een soort mentale vrijheid waar je ambitie wordt ondersteund. Maar daarnaast is de VS natuurlijk een zwaar verscheurd land, dat we terug kunnen voeren naar de burgeroorlog waar de Mason-Dixon lijn eigenlijk nooit echt is verdwenen. Veel mensen in Europa beseffen niet hoe diep deze verscheurdheid gaat. Je zou bij de huidige situatie in de VS kunnen stellen, en vooral als je dit op staat niveau bekijkt, dat de oude scheiding van de Zuidelijke en Noordelijke Staten nog steeds herkenbaar is. De lijn is in principe nog steeds aanwezig. We vergeten ook soms dat segregatie pas aan het einde van de jaren zestig is gestopt. Dat zijn twee tot hooguit drie generaties geleden en nog geheel niet voltooid. Dat is de reden waarom racisme nog steeds bestaat: het raciale discourse is na de burgerrechtenbeweging niet gestopt en steekt nu in de huidige politieke klimaat opnieuw zijn lelijke kop op – een paar weken terug heeft een Senator zelfs bepleit om segregatie weer in te voeren. Vooral met een president die niet verbroederd, maar juist op verdeeldheid teert, zal op dit vlak weinig veranderingen plaats vinden. Of nog erger, dingen worden teruggedraaid. Ik zag in de jaren negentig al, toen ik in de VS woonde, hoe een cluster ontstond van evangelisten die een samenwerkingsverband begonnen met de Republikeinen, de huidige vice-president is hier een voorbeeld van. Onder Obama is er tussen deze groepering, wat ook de Tea-Party wordt genoemd, een soort alliantie ontstaan met rechtsextremisten. Er wordt veel naar de Democraten gekeken, maar het echte probleem ligt bij de Republikeinse partij waar de gematigden en de progressieven weggeduwd worden door de meer extreme elementen in hun eigen achterban. Kortom, hoewel mijn ervaringen in de VS positief waren, zag ik al een verdieping in de scheidslijn tussen conservatief en progressief en dat deze zou verergeren. Het racisme was nog steeds overduidelijk aanwezig – ik hoorde overal om me heen nog steeds het N-woord,het was een stopwoordje voor velen. Dit deel van de VS mis ik absoluut niet. En ik zou niet in een land willen wonen waar Trump de baas is. Ik zou me daar niet thuis voelen. Juist in een land als de VS, die een migranten achtergrond heeft, is verbroedering noodzakelijk.

Dit boek lijkt genres te overstijgen. Een klassiek horrorverhaal met een romantisch kijk op vriendschap en volwassen worden en met een sci-fi gehalte. Is er een genre waar je je prettigst bij voelt?
Als ik schrijf, kijk ik niet zo naar genres -ik heb pas geleden nog een kinderboek geschreven en een gedichtenbundel gepubliceerd. Ik schrijf naar waar het verhaal me heen brengt of vraagt. In dit verhaal zit een wetenschappelijke kant, maar ook een politieke kant. En is het tevens in de flashbacks een “coming of age” vertelling. En dat vind ik goed. Ik houd van experimenteren en wil mijn verhalen ook niet tevoren teveel inkapselen omdat het vanuit een commerciële oogpunt beter is om vanuit een genre te schrijven. Ik doe hetzelfde op meta-fictie niveau. In mijn verhaal “Een gesprek met de Duivel” (uit mijn bundel Een bloedovergoten dageraad) breng ik zowel religieuze als natuurkundige elementen samen. In mijn bundel In het kille ochtendlicht zijn sommige verhalen meer literair dan horror. Zo gaat het titelverhaal over de slachting bij Babi Jar, waar overigens in het verhaal de “Duivel” die ook in “Een gesprek met de Duivel” voorkomt, weer zijn opwachting maakt.

Waar komt de drang vandaan om te schrijven?
Geen idee. Ik heb altijd al geschreven. Misschien is het mijn Toevluchtsoord. Vooral op de dagen dat het goed gaat. Op de dagen dat het minder goed gaat, waar je een scene niet kan krijgen waar je het wil hebben, dan slaat de onzekerheid toe. Dan voel je je verschrikkelijk. Dat is hoe diep de drang gaat. Het is een ontsnapping van de werkelijkheid. Ik verzon al verhalen, nog voordat ik kon schrijven.

De jaren ’90 is een belangrijke periode geweest in je leven. Ook op muzikaal gebied. Wie hebben op jou een blijvende indruk gemaakt?
Ik woonde in de VS toen de hele Seattle muziek scene losbrak. En hoewel dit minder schokgolven teweeg heeft gebracht in Nederland, stond in de VS alles op zijn kop. De gevestigde muziek industrie/orde werd omver gegooid door een beweging, zo zou je het nog het beste kunnen omschrijven, want muzikaal hadden de bands weinig gemeen; sommige waren meer punk, andere meer hard rock of heavy metal of alternatief. Het waren kleine onafhankelijke labels die de grote muziek industrie omver wierp, uit een stad waar niemand naar keek. Het was een revolutie. Een plek waar generatie X zijn stem verhief. En het was een kritische stem. Een boze stem. Een stem tegen commercie. Soms zou ik in Nederland ook zo een beweging willen zien. Maar dan niet in de muziek industrie, maar in de literaire wereld. Kleine uitgeverijen worden bij critici nauwelijks opgepikt of worden weggedrukt door grotere uitgeverijen en moeten het onderspit delven bij kranten, tijdschriften, boekhandels etc. Dat een boek van een kleine uitgeverij bij DWDD wordt besproken ligt nog ver buiten ons bereik. Wat jammer en arbitrair is want op welke basis eindigen de boeken op Matthijs van Nieuwkerk zijn tafel? Het doet de kunst niet ten goede, het werkt formule-achtig schrijven zelfs in de hand en brengt geen vernieuwingen teweeg. De kunst bloedt hierdoor dood. Ik zou bijna mensen willen aansporen: lees ook eens een boek van een onbekende schrijver of uitgeverij. Het zal je verrassen hoe hoog de kwaliteit hier en daar ligt. Maar dan dienen de kleine uitgeverijen elkaar ook niet weg te concurreren. Dat vond ik ook mooi van het hele Seattle gebeuren: de bands concurreerden niet met elkaar, maar hielpen elkaar en vormden daarmee een front. Iets wat de schrijvers ook kunnen doen.

En het is overigens duidelijk (gezien mijn website en mijn blogs) wie op mij een blijvende indruk heeft achtergelaten. Ik ben tot aan vandaag een fan van Pearl Jam. Maar ik was pas een late fan. Tijdens hun derde album Vitalogy. Hun volgende album staat bij mij op de tweede plaats: No Code. Met name omdat ze hier een palet van genres vertonen; van experimenteel naar een gedicht, naar punk en heavy metal en een akoestische ballade die Neil Young geschreven zou kunnen hebben. Soms vergelijk ik mijn boek In het kille ochtendlicht gekscherend met No Code. Ze hebben allebei dezelfde atmosfeer en gevoel en zijn beide genre- en grensoverschrijdend.

Wat zijn jouw favoriete boeken?
Ik heb er veel. High Fidelity door Nick Hornby heeft een verandering in mijn leven teweeg gebracht. Choke van Palahniuk. Harten Sara van Thomas Olde Heuvelt. Bloed op Sneeuw van Jo Nesbo (een prachtig verhaal). Ik ben Pelgrim door Terry Hayes. Alle boeken van de auteurs die ik eerder heb genoemd. Ik lees op dit moment Silo. Een zeer goed boek. Alle boeken van Jonathan Safran Foer en Kurt Vonnegut. Dit zijn een deel van de boeken die een blijvende indruk hebben achtergelaten.

Je vertelt in Toevluchtsoord over codes en virussen. Hoe verhoudt zich dat tot je studie massaal geweld en genocide?
Hoewel het verband niet overduidelijk is, is deze er wel. Bij genocide wordt een specifieke groep uitgemoord voor wie ze zijn. Hun identiteit is dus de sleutel om het geweld te begrijpen. Daders die later zijn geïnterviewd zeggen vaak dat ze “door het geweld werden meegesleept”. Hoe verschrikkelijk de vormen van geweld ook waren. Je zou genocide of massaal geweld dus als een etterend virus kunnen zien die een gemeenschap aantast en mensen meesleept; veelal aangestoken door een charismatische leider.

Eerder publicaties van jou zijn Zwarte Muren, Een bloedovergoten dageraad en In het kille ochtendlicht. Een proces van verwerking van zinloos geweld. Hoe moeilijk is dit voor je geweest en nog steeds?
Ik had na het geweld vier jaar lang last van nachtmerries. Zwarte muren was al gepubliceerd en ik wilde eerlijk gezegd een roman schrijven. Maar kon me door de nachtmerries daar niet op focussen. Ze hadden mij totaal in hun greep. Dus ik besloot op een gegeven moment de nachtmerries op te schrijven. Ik had een notitieblok naast mijn bed liggen en als ik wakker schrok, schreef ik de resten van de droom op. Dit konden beelden zijn, associaties of slechts kleuren en ik begon van deze beelden langzaam verhalen te spinnen – stel je een werkkamer voor met honderden propjes papier en dan krijg je een idee van hoe ik te werk ging. Het was niet mijn bedoeling deze te publiceren. Ik wilde gewoonweg van de nachtmerries af. En het hielp. Want zodra ik de associaties aan elkaar moest verbinden, moest ik rekening houden met plotwendingen, personages, thematiek, motieven etc. Ik maakte de verhalen tastbaar. En voordat ik het wist, had ik grip op de nachtmerries en zij niet langer op mij. En terwijl ik schreef, ik heb iets van 84 verhalen geschreven waarvan vele niet zijn gepubliceerd, ontdekte ik twee stromingen: verhalen die over angst gingen en verhalen die meer gingen over de echo van angst; wat erover blijft als angst wegebt. En dat is de basis geworden van de laatste twee bundels. Iedere bundel heeft dan ook zijn eigen atmosfeer. Bij Zwarte muren gaat het om de valkuilen die we allemaal hebben, maar niet onder ogen zien. De verhalen nemen daarom aan het einde dan ook een onverwachte wending waarbij de protagonist wordt geconfronteerd door de vlek die hij zelf negeerde: waar de personages als het ware tegen de muren aanlopen die ze zelf onderbewust hadden opgebouwd. Het boek Een bloedovergoten dageraad staat geheel in het teken van angst en trauma. In ieder verhaal komt dit terug. De angst voor de dood. De angst voor ouderschap. De angst voor het leven etc. In dit boek staat het moment van zinloos geweld centraal – lees ook het voorwoord die ik voor deze bundel heb geschreven. De nasleep van het zinloze geweld staat beschreven In het kille ochtendlicht. Daar het gaat meer over wat er na de angst komt. Daar staat de fragiliteit en de broosheid van het leven centraal. Het zijn dus drie bundels die apart gelezen kunnen worden. Maar als je ze als een drieluik leest dan zie je personages en thema’s terugkomen en merk je dat buiten de spanningsbogen in de bundels zelf, want ik ben heel kritisch in de volgorde hoe ik de verhalen plaats, de volgorde dient een spanningsboog op zichzelf te zijn, er ook een spanningsboog over de drie bundels tezamen aanwezig is. Zo begint het eerste verhaal in Zwarte muren slechts als zwarte contouren op een canvas (zo stelde ik me dat voor), die ik in verhaal twee meer vorm gaf en waarbij ik het in verhaal drie personages en kleuren uitdiep. Zo worden de verhalen steeds merkwaardiger en sleur ik de lezer mee. Niets en dan ook niets is aan deze bundels aan toeval overgelaten. Ik heb ieder verhaal wel tien keer herschreven en alle nuances en verwijzingen opzettelijk aangebracht. De verhalen haken op elkaar in. Het eerste verhaal van Een bloedovergoten dageraad hangt qua sfeer weer nauw samen met de conclusie in Zwarte muren. In mijn laatste verhaal in In het kille ochtendlicht kom ik weer terug op een schilderij, maar nu geheel gevuld met kleuren en dikke klodders verf, barstend van emoties waar een soort catharsis aanwezig is. De bundels staan dus los van elkaar, maar zijn ook verbonden. Waarbij al de verhalen vervlochten zijn. Dit was een moeilijk proces. Omdat ik diep in mijn eigen pijn moest graven. Maar het was ook een proces dat ik moest doen. Ik heb deze bundels, en dan vooral de laatste twee, dwangmatig geschreven. Het zijn verhalen die ik eruit moest gooien en die ik ook niet kon tegenhouden. Ik heb nu geen nachtmerries meer.

Alle opbrengsten van deze drie boeken gaan naar het goede doel. Waarom specifiek dit doel?
Ik wilde niet aan de laatste twee boeken verdienen. Het voelde als bloedgeld. Ze waren ontstaan door een verschrikkelijke gebeurtenis in mijn leven en ik wilde niet dat ik hiervoor geld zou ontvangen. Dus nog ver voordat ik besloot naar welk doel het zou gaan, had ik al besloten dat ik de royalty’s niet wilde.

bron: www.wartrauma.nl

De keuze van mijn royalty’s kwam voort uit een brief die ik samen met een mede-wetenschapper heb opgesteld. Dit was in maart 2014, toen de vervolgingen op de Yezidi een hoogtepunt bereikte. We hebben de brief naar de VN, het Senaat in de VS, de Europese Commissie en, naar de Nederlandse regering en parlement gestuurd. We hadden 87 handtekeningen van gerenommeerde wetenschappers ontvangen van Zuid Afrika tot aan Australië, wat uiterst buitengewoon was. De samenstelling van de brief en alle ondergetekenden – kenners van massaal geweld – was een uitzonderlijke prestatie. In de brief stelden we vast dat de vervolgingen op de Yezidi genocidaal was en dat de internationale gemeenschap de wettelijke verplichting had deze bevolkingsgroep te helpen (de zogenaamde “responsibility to protect”; een wettelijke verplichting die de VN na Rwanda en Bosnië-Herzegovina had aangenomen). Het niet ingrijpen bij de Yezidi, zo voorspelden we, zou de situatie in de regio alleen maar verergeren. Wat we nu ook met IS zien. Niet ingrijpen, zo stelden we, zou op langere termijn op wereldschaal ontwrichtende bijwerkingen hebben, zoals een toename van vluchtelingenstromen etc. Al de problemen waar we nu mee te kampen hebben, hadden we toen in de brief voorspeld. We hebben in 2014 alle supranationale organen daar op gewezen. We stelden dat de wereld independent was en dat de gebeurtenissen hier, gevolgen zouden hebben in andere regio’s. Wat de EC en de VN niet schenen te beseffen of wilden beseffen, is dat we de vluchtelingenstroom zelf op gang hebben gebracht.

Als genocide wetenschappers noemden we de Twintigste eeuw vaak cynisch “de eeuw van de genocide” maar deze wordt langzaam door Eenentwintigste eeuw ingehaald: Birma, Zuid Soedan, Centraal Afrika en Syrië.

Één van de belangrijkste kenmerken van genocide is de hoge mate waarin seksueel geweld plaats vindt. Vrouwen worden vaak als symbolen van de gemeenschap gezien en door de vrouwen te ontnemen en te verkrachten, neem je de reproductie van de gemeenschap als het ware over. Het is een symbolische vorm van geweld. Een reden waarom seksueel geweld bij genocides een wapen is. Nog meer dan in andere oorlogen.

Deze vrouwen, die IS ontvlucht zijn, zijn uiterst getraumatiseerd. Een trauma dat verergerd wordt omdat ze door hun eigen gemeenschap als “bevlekt” worden beschouwd. WarTrauma probeert deze mensen emotioneel te ondersteunen, maar ze doen ook aan community building, waardoor de vrouwen opnieuw door de gemeenschap worden opgenomen. Het is dus een project dat alle facetten van genocide omvat.

Voor het project klik hier. Hier gaan mijn royalty’s naartoe.

 

Nieuwsgierig geworden naar het werk van Anthonie Holslag? Ga naar zijn website www.anthonieholslag.com voor meer werk van de schrijver of naar zijn Facebookpagina. Houdt ook onze website in de gaten voor een winactie omtrent zijn boek Toevluchtsoord.

Ik ben Alexander, bouwjaar 1973. Ik lees graag thrillers en fantasyboeken. Zelf schrijf ik korte verhalen, doe mee aan schrijfwedstrijden en werk aan mijn eigen boek. Ook ben ik bouwkundig tekenaar bij een aannemer en hou ik van Formule 1 en wielrennen.

Leave a Reply

  • (not be published)