Soms komen zaken op een vreemde manier bij elkaar. Op een manier dat ik zelf ook niet voorzien had. Terwijl u dit leest is het 15 maart 2018. Precies zeven jaar geleden dat de bloederige oorlog in Syrië begon. En tevens een oorlog die nog niet is beëindigd.

Er valt veel te zeggen over Syrië en de oorlog. Hoe deze tot stand is gekomen. Waarom Rusland zich er mee bemoeit, etc. Maar wat ik vandaag zal trachten te doen, is uit te leggen hoe mijn boeken Een bloedovergoten dageraad en In het kille ochtendlicht vervlochten zijn geraakt met deze gruwelijke en eindeloze moorden.

Het begon voor mij in 2008. In mijn voorwoord van een Een bloedovergoten dageraad, het eerste deel van de tweeluik, leg ik uit dat ik slachtoffer werd van zinloos geweld – zie ook de link hierover. Het effect dat dit op me had was overweldigend. Ik had angstaanvallen, controleerde de deur om drie uur in de nacht of deze op slot zat en had onbeheersbare paniekaanvallen en huilbuien. Zes weken na het incident ben ik dan ook gediagnosticeerd met Post Traumatische Stress Stoornis. Ik kan de volledigheid van deze ervaring dan ook niet goed omschrijven. Mijn vriendin was net zwanger, ik had te horen gekregen dat mijn (wetenschappelijke) boek In het gesteente van Ararat gepubliceerd zou worden en leefde bijna op een euforische wolk, totdat deze door drie jongeren in stukken werd geslagen. Zinloos geweld doet iets met je. Het is anders dan een beroving, waarbij jij je geld afstaat en de belagers weggaan -niet dat ik de ervaringen van berovingen wil bagatelliseren. Maar in zinloos geweld ben jij het object van het geweld: jouw pijn is hun plezier. Daar kan je niet van ontkomen of ontsnappen. En de grote knak voor mij, het moment dat er iets in mij veranderde, dat de gebeurtenis traumatisch werd, is niet het moment geweest toen ze me sloegen en schopten, en ik achteraf gekneusde ribben, nekwervels en rugwervels had. Het was niet eens de pijn. De “knak” kwam voor mij op het moment dat ik op de Weteringschans opstond, richting Paradiso in Amsterdam rende en maar aan één ding dacht: ik moet naar een plek toe waar mensen zijn. Ik had toen al pijn. Was toen al geslagen. Maar wat me brak was hun honende gelach achter mij. Het daadwerkelijke plezier dat ze hadden om me pijn te doen. En ik besefte op dat afgrijselijke moment, dat glashelder in mijn geheugen geschrift staat – ik zag de bomen, de schaduwen tussen de stoeptegels – dat als ik zou vallen, ze alle drie boven op me zouden springen en dat ik hier niet meer geweest zou zijn om dit op te schrijven. En dit was niet angst, dit was een volledige besef. Geen fantasie. Het was, zonder enige twijfel in mijn lichaam, de realiteit geweest als ik toen was gestruikeld.

Gelukkig werd ik geholpen door de mensen die in de rij stonden van Paradiso en heb ik dit deel ook afgesloten met een rechtszaak. Maar dat zijn de zaken aan de buitenkant. Aan de binnenkant was ik gebroken. Mensen die PTSS hebben zullen dit ook onmiddellijk herkennen: het verstikkende gevoel dat alles weer terug komt, dat je weer op de Weteringschans rent en dat honende gelach hoort. Je bent de pop in de handen van een ander. Zo een moment wordt met een mooi woord een “herbeleving” genoemd, hoewel ik niet weet of dit de juiste bewoording is. Het is meer, zoals een oude analoge muziekplaat, dat de naald in dezelfde groeve blijft steken en je steeds maar weer die gekmakende klank hoort.

Veel van de klachten zijn gelukkig verdwenen. Door de therapie die ik heb gekregen, door de steun van mijn vrienden en familie; hoewel niet allen op de hoogte waren van de enorme impact deze ervaring had. Na de angstaanvallen, hoewel ik deze zo nu en dan nog steeds heb, zijn de meeste klachten verdwenen. Behalve de nachtmerries bleven. Verschrikkelijke nachtmerries die enerzijds los leken te staan van wat er was gebeurd, maar op een diepere laag ermee verbonden waren. Rond deze periode kwam ook mijn eerste fictieve boek uit, waarvan ik de verhalen jaren daarvoor had geschreven, Zwarte muren en hoewel ik geenszins van plan was een tweede, laat staan een derde boek te schrijven met korte verhalen die net zoals in Zwarte muren met elkaar in verband stonden, zijn deze door dit voorval toch tot stand gekomen. Niet met opzet. Ik wilde me eigenlijk op een roman richten, Toevluchtsoord. Maar ook romans die ik al had geschreven, maar nog niets mee had gedaan. Op een gegeven moment besloot ik de nachtmerries op te schrijven. Niet om een boek te schrijven, maar om mijn macht over de nachtmerries terug te krijgen. Ze hadden mij in hun greep. Ze hielden me wakker. Ik wilde hen in de greep hebben. Dus naast mijn bed had ik een notitieboekje en als ik wakker schrok schreef ik iets op: dat kon een beeld zijn, een kleur, een geluid of in sommige gevallen een heel verhaal of slechts een associatie. En na honderd van die briefjes begon ik te schrijven. Bijna op een manische manier, alsof dit uit mijn systeem moest. Daarbij ontdekte ik iets, wat intrinsiek is aan schrijven. Namelijk dat je plotseling uit die hele berg associaties een plot moest bedenken, met personage verdiepingen, een backstory, motieven, een thema etc. De dromen waren niet langer dromen meer maar instrumenten, materiaal. Gips dat ik in een vorm moest gieten. En het hielp. Door al deze associaties aan het papier toe te vertrouwen, werden ze wezenlijk, tastbaar, waren het niet slechts fantomen. Stel je dan ook (letterlijk) een werkkamer voor met honderden papieren propjes, waaruit ik verhalen distilleerde. 84 om precies te zijn, waarvan vele het levenslicht niet zullen zien.

Terwijl dit proces gaande was, zag ik twee soorten verhalen ontstaan: verhalen waarin het bevroren moment van angst centraal stond. Het moment waarin angst je geest knakt en verhalen waarbij de personages een openbaring kregen of door een gebeurtenis anders tegen het leven of dingen of mensen begon te kijken; de zogenaamde echo na de angst. Het was pas toen ik al deze verhalen had, dat ik besloot om er bundels van te maken. De eerste bundel, Een bloedovergoten dageraad over angst zelf en een bundel over de echo van angst met als titel In het kille ochtendlicht. Boeken die in hoge mate met elkaar zijn verbonden, naar elkaar verwijzen en eigenlijk de draden zijn wat ik tussen 2008 en 2014 had gevoeld en gedroomd en aan elkaar heb gesponnen. Daarbij wilde ik een opbouw in de boeken hebben. Een spanningsboog die zich door de boeken voortbewoog: van een moment van angst dat vervolgens zou eindigen in een catharsis. Deze boeken waren dan ook super belangrijk voor mij en super persoonlijk, maar ik wilde er niet aan verdienen. Dat leek teveel op bloedgeld. Dus besloot ik, nog voordat ik uitgeverijen benaderde die dit experimentele project aandurfde, dat ik mijn royalty’s af zou staan.

Het is hier waar een andere kant van mij met de creatieve kant in mij botste of eerder gezegd samenkwam. Zoals ik schreef, heb ik ook een wetenschappelijke boek geschreven vanuit een sociologische en antropologische invalshoek. Namelijk een boek over genocidaal, massaal en collectief geweld. Een fenomeen die ik op een sociaalwetenschappelijke manier bestudeer en waarover ik tevens in Engelstalige journals (en Nederlandse vakbladen) heb geschreven. Hoewel deze zaken los van elkaar lijken te staan, zijn ze eigenlijk nauw met elkaar verbonden. Ze gaan beide over geweld en beide over de zinloosheid ervan, maar ook het begrijpen ervan. Dit was in het najaar van 2014, toen door de gefragmenteerde burgeroorlog en de bemoeienis van Rusland, splintergroepering ontstonden – waarvan vele groeperingen, wat we nu vaak onder de verzamelnaam “rebellen” gooien, in het begin niets anders dan vrijheid, hervorming en democratie wilden, op een paar groeperingen na. Eén van deze groeperingen was ISIS. Een groepering die, zoals oorlogen vaak doen, steeds verder radicaliseerde en binnen het machtsvacuüm die Bush jr. in 2003 heeft achtergelaten een Islamitische Staat wilde oprichten. Maar om dit te doen moest er gezuiverd worden en één specifieke groep leefde precies in het gebied die ISIS wilde toe-eigenen – de Yezidi. (Niet dat ze alleen de Yezidi hebben gezuiverd, maar ook andere Christelijke en Islamitische minderheden.) Maar in dat najaar waren de Yezidi genoodzaakt om de bergen in te vluchten omdat hun dorpen werden aangevallen doordat ze, wat we met een mooi woord noemen, “etnisch werden gezuiverd”. Nu weet ik als geen ander dat als de media over “etnische zuiveringen” begint te praten, ze het feitelijk over genocide hebben. Alle tekenen van genocide waren ook daar: het vernietigen van erfgoed, het verkrachten van vrouwen (en zelfs een slavernijcircuit opzetten om vrouwen door te verkopen, waarvan sommigen niet ouder waren dan zeven jaar), het doden van mannen, het ontnemen van bezit. Het waren alle fases die wij als genocide wetenschappers ook als een genocide beschouwen. De VN wilde echter het woord niet in de mond nemen. Want het woord gebruiken impliceert dat sommige resoluties in stand kunnen worden geroepen. Nederland wilde het woord ook niet in de mond nemen. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, dhr. Timmermans, maakte destijds ook de bekende uitspraak “er is geen verschil in ernst tussen genocide, schending van mensenrechten en oorlogsmisdaden”. Iets wat uiteraard helemaal niet klopt. (Ze worden binnen de conventies specifiek uiteen gezet en hebben tevens binnen de ICC een andere strafmaat.) Dit veroorzaakte dat ik plotseling in een wervelstorm terecht kwam van radioprogramma’s, artikelen in het NRC, De Volkskrant, waarbij ik uitlegde dat het belangrijk was, vooral voor Nederland waar de ICC is gevestigd, dat we de daden van ISIS noemden voor wat ze waren: genocide. Iets wat overigens in 2016 door de VN nu ook eindelijk erkend is (en waar Timmermans zich nu verbazingwekkend achter schaart). Toen echter, in 2014, ben ik medeauteur geweest, tezamen met een andere genocidewetenschapper, waarin we een brief opstelde gericht aan de VN om een beroep te doen op de Genocideconventie van 1948 en de resoluties die vallen onder de benaming “responsibility to protect”. We hebben destijds bijna het onmogelijke voor elkaar gekregen: 100 wetenschappers over de hele wereld werkzaam in het gebied van genocide studies hebben de brief ondertekend en we hebben de brief zowel naar de VN, het congres in de VS en het Europese parlement gestuurd. Dit was ongekend. En hoewel het niet onmiddellijk tot het benoemen van een genocide leidde, zorgde het er wel voor dat er onderzoeksmissies kwamen waardoor vele massagraven zijn ontdekt.

Maar de oorlog woedde door en mijn empathie en wanhoop voor de mensen in het gebied die nergens meer naartoe konden, gaf me een gevoel van machteloosheid. Als genocidewetenschapper vocht ik. Als mens keek ik hopeloos toe. En het was op dat moment dat de twee paden elkaar begonnen te kruisen.

Inmiddels had ik een uitgeverij gevonden en was ik in gesprek met War Trauma Foundation voor een goed doel. Jos Weimer van Zilverspoor, die helaas te jong is overleden, en het tweede deel van de tweeluik nooit heeft mogen meemaken, durfde dit experiment met mij aan. We publiceerden Een bloedovergoten dageraad en de royalty’s zouden naar een uiterst specifiek project gaan. Op dat moment leefde de Yezidi nog steeds als nomaden in de gebergte, maar sommigen keerden ook weer terug naar de puinhopen die IS, maar ook het leger van Assad, had achtergelaten. Onder deze groep waren ook vrouwen, in sommige gevallen meisjes, die door geluk uit de slavernij waren ontsnapt en terugkwamen. Zwaar getraumatiseerde vrouwen die, omdat ze in leven werden gehouden tijdens de zuiveringen, de meest verschrikkelijke dingen hebben gezien en meegemaakt. Toch, omdat ze vrouw zijn, worden ze ook door hun eigen gemeenschap geschuwd. Ze werden als “bevlekt” beschouwd, wat WarTrauma een dubbele taak gaf; enerzijds binnen een oorlogsgebied steun geven om de verschrikkelijke trauma’s weg te nemen en anderzijds de gemeenschappen weer opbouwen en de vrouwen daarvan een onderdeel maken. Daar gingen mijn royalty’s naartoe.

Niet dat de schrijversgemeenschap dit onmiddellijk verwelkomde. Ik ben wel eens uitgemaakt voor charlatan, iemand die misbruik maakte voor naamsbekendheid over de ruggen van deze vrouwen. Ik liet het over me heen komen. Betaalde de royalty’s (zie link). Want ik wist dat veel schrijvers in de gemeenschap niet de gehele geschiedenis kende en dat ik als schrijver – enerzijds als niche schrijver binnen een specifieke genre en anderzijds als genocidewetenschapper – altijd tussen deze twee werelden zou staan.

Het is nu inmiddels 2018. Ik heb de royalty’s van 2017 overgemaakt. De wereld is nu anders. De VN heeft de genocide op Yezidi nu erkend en vandaag is deze oorlog al zeven jaar gaande. Nederland zit straks in de Veiligheidsraad en de vraag hoe we deze misdaad moeten bestraffen, hoe we de tribunalen dienen op te zetten zijn nu de onderwerpen die in landen (ook in Nederland) worden besproken. Mijn rol in dit geheel is maar klein. Ik ben geen politicus. Ik ben een schrijver van spannende en gelaagde verhalen die toevallig veel van genocide af weet. Bekijk de recensies, binnenkort ook te vinden bij Thrillers & More, Hebban en op mijn website. Het gaat me niet om naamsbekendheid. Het gaat me niet om roem (dan schreef ik wel een literair roman). Nee, het gaat me om de kleine dingen die we kunnen doen om elkaar te helpen, om van een nare en persoonlijke ervaring iets goeds te maken, om in een wereld waar we steeds verder van elkaar lijken af te drijven een menselijke gezicht te laten zien. Dat is waarom ik het doe. Dat is waarom ik hoop dat je mijn boeken koopt. (Ook uiteraard omdat je ze leuk vindt om ze te lezen en te weten dat je iets goeds met dat boek doet.) Deze vrouwen die geen stem hebben en straks misschien moeten getuigen, wil ik een stem geven. Ik wil dat ze hun belagers durven en kunnen aankijken, zoals ik mijn belagers heb aangekeken, en dat rechtvaardigheid, hoe minuscuul dan ook, zegeviert. Daarom doe ik het. En niet om iets anders.

Het is mijn steentje. Hoe klein dat steentje ook is.

Anthonie Holslag

Kijk voor meer informatie over de auteur op www.anthonieholslag.com

Steun het werk van War Trauma Foundation via www.wartrauma.nl

Lees hier de open brief die gericht is aan de Verenigde Naties

Geïnteresseerd in het werk van Anthonie, neem dan contact op via http://www.anthonieholslag.com/email.html 

Ik ben Alexander, bouwjaar 1973. Ik lees graag thrillers en fantasyboeken. Zelf schrijf ik korte verhalen, doe mee aan schrijfwedstrijden en werk aan mijn eigen boek. Ook ben ik bouwkundig tekenaar bij een aannemer en hou ik van Formule 1 en wielrennen.

Leave a Reply

  • (not be published)