Corine Hartman is auteur van de maand maart. Wij vroegen jullie een vraag in te sturen die je altijd al had willen vragen aan haar. Hiermee maakte je ook nog kans op een gesigneerd exemplaar van Een vlaag van waanzin, het eerste deel van de IJsseltrilogie. Gedurende de maand kon je de diverse vragen en antwoorden voorbij zien komen op onze Facebookpagina.

Corine selecteerde persoonlijk de twee winnaars uit alle inzendingen (teamleden waren uiteraard buitengesloten van deelname):

1. Berendina Jaasma

2. Hester Horden

Van harte gefeliciteerd!

En hier natuurlijk nog even alle vragen met de antwoorden van Corine.

Ans Stier: Heeft u zelf wel eens iets mee gemaakt waarvan u dacht ‘daar kan ik wel een goede thriller over schrijven?’
Jawel. Een aanranding, ooit, toen ik begin twintig was, en die ik heb verwerkt in In vreemde handen. Ik werkte toen zelf bij de politie, ben na het incident keihard terug naar het hoofdbureau gefietst en de collega’s zijn en masse op jacht gegaan… een uur later konden ze hem in de kraag grijpen en was ik de sterkste: ik kon hem identificeren vanachter de confrontatiespiegel. En natuurlijk mijn eigen adoptie, die ik op heel andere wijze in Het kwaad in ons heb verwerkt, maar waar ik toch zeker ook kon putten uit eigen ervaring en emoties.

Elsa Bakker: ‘Heb je vaak nachtmerries? Oftewel, slaap je goed ‘s nachts of doe je dan juist de meeste inspiratie op?’
Naast mijn bed ligt een notitieboekje met een pen (met ingebouwd lampje, heel handig!), ik word nog weleens wakker met een lumineus idee en dan moet ik dat natuurlijk snel opschrijven anders ben ik het de volgende ochtend vergeten. ’s Morgens blijkt dat idee trouwens niet altijd zo geweldig, maar toch.
Met de nachtmerries valt het wel mee. Wel heel veel gehad, maar de laatste jaren gelukkig redelijk rustig.
Na het wakker worden, ’s morgens, lig ik graag een tijdje te mijmeren en dan willen er nog weleens nieuwe ideeën in me opkomen. Dus ik wacht het liefst altijd een tijdje voor ik opsta. 

Bianca Maartense: ‘In je laatste boek is adoptie het hoofdonderwerp van je verhaal. Hoe ben je hiertoe gekomen? Overigens wel een zeer realistisch verhaal. Heb je de hechtingsproblematiek van adoptiekinderen van dichtbij meegemaakt?’
In dit geval ben ik een zogenaamd ervaringsdeskundige, ik ben zelf een adoptiekind en ik werd in 2014 zeer getriggerd door het verhaal oaver het Twentse Bonnie & Clyde-duo. De mannelijke helft ervan is namelijk ook een adoptiekind. Dat gegeven heb ik gebruikt als inspiratie voor het Het kwaad in ons, in combinatie met publicaties van emiritus-hoogleraar René Hoksbergen, die na jarenlang onderzoek tot de conclusie kwam dat adoptiekinderen een hoger risico lopen in de criminaliteit te belanden.
Met die uitgangspunten ben ik aan de slag gegaan, waarbij het verhaal uiteindelijk vooral ook draait om de nature/nurture-vraag. Een onderwerp dat daar mooi bij aansluit.

Sander Alexander (Sander de Boer): ‘Als u geboren was als man, welke auteur had u dan willen zijn?’
Stephen King, is mijn eerste ingeving. En na langer nadenken kom ik nog steeds uit bij de auteur van onvergetelijke thrillers als Misery, De Marathon en Apt Pupil. De fantasie van die man, en de manier waarop hij personages kan neerzetten… echt zo sterk. Dichter bij huis, in eigen land, zou ik het eigenlijk zo niet weten, misschien een jonge, nog onbekende auteur, met het talent om een mooie carrière te beleven. Dat is ook wel spannend: het nog niet weten hoe en wat en of het wel zal lukken. Bij Stephen King ging het ook echt niet allemaal van een leien dakje, en daar hou ik wel van. Mensen bij wie het allemaal komt aanwaaien, zijn meestal niet zo interessant.

Amanda De Leeuw van Weenen: ‘Waarom heb je ervoor gekozen om voor de trilogie 3 waargebeurde verhalen als basis te nemen? In hoeverre komen de verhalen overeen met de echt verhalen? En waarom juist deze verhalen?’
De drie gebeurtenissen waarop de verhalen zijn geïnspireerd, triggerden me genoeg om er een plot omheen te willen bouwen. Bij Een vlaag van waanzin was dat een detail in de moord zelf, die van de man op zijn vrouw, omdat die werd beschreven als een woedeuitbarsting – een vlaag van verstandsverbijstering – maar hij nam tijdens de daad wel de tijd om een van zijn kinderen naar de buren te brengen. Dat leek me nogal absurd en ik wilde met het schrijven van een soortgelijk verhaal proberen begrip te krijgen voor zijn daad. Bij Sluipend gif sprak me vooral aan dat een vrouw in Frankrijk haar hele leven (!) misbruikt werd door haar man, maar uiteindelijk nam ze heel resoluut het heft in eigen hand en pakte het jachtgeweer. Er ging plotseling een lichtje bij haar aan, zei ze in een interview. Niet uit, maar aan.
Het verhaal van de Twentse Bonnie & Clyde sprak tot mijn verbeelding vanwege het adoptie-element erin.
Voor alle drie verhalen geldt: zo’n gebeurtenis vormt alleen een basis, een inspiratie, om het één op één over te nemen in een roman vind ik niet zo boeiend. Ik wil daar dan graag mijn eigen draai aan geven, de plot interessanter maken, voor mijn gevoel althans. True crime is boeiend als research, maar bij een roman mag je je eigen fantasie gebruiken. Dat geldt voor mij, als schrijver, maar ook voor de lezer.

Berendina Jaasma: ‘Als u vastzit in het verhaal, wat doet u dan om de zinnen te verzetten zodat u daarna weer verder kunt schrijven?’
Het vastlopen in een verhaal is iets wat je echt niet wilt meemaken als schrijver. Dan is de kans namelijk groot dat er iets heel erg mis is met de plot. Dan heb ik het niet over een dagje geen puf of te moe, zodat het niet wil, maar over echt vastlopen, dus. Dat heb ik een paar keer meegemaakt, al een flink eind onderweg met een manuscript, en daar ben ik dan wel een paar dagen heel beroerd van. Dan moet de plot echt op de schop, en dat is een stuk lastiger dan een plot bedenken, opnieuw beginnen is zelfs een keer de beste optie gebleken. Pas later komt het besef van het waarom, wat er fout ging, en verandert het in een leermoment. Al is dat geen garantie dat ’t nooit weer gebeurt. Maar ja. Het houdt het proces ook voor mij spannend, zullen we maar zeggen.

Leontine Meijer-Tisseur: ‘Wat zijn jouw favoriete auteurs? Lees je zelf ook graag thrillers of kies je dan voor totaal iets anders?’
Dan kom ik toch nog even terug op Stephen King. Ik hou niet van zijn horrorverhalen, maar wat heb ik onlangs weer genoten van 22-11-1963. Een meesterverteller. Groot respect voor de man.
Ik volg wat er aan thrillers verschijnt en lees in de vakantie meestal een aantal titels die goed zijn ontvangen in de pers, waarbij ik ook selecteer op de onderwerpen die me boeien. Naast researchmateriaal lees ik verder graag iets van Wieringa, Verbogt of Koch. In hun verhalen proef ik vaak ook wel iets van een thrillerelement, trouwens. Ik lees graag verhalen met een goed doorwrochte plot en een dosis spanning, en die mag ook alleen onderhuids voelbaar zijn. Maar het belangrijkste vind ik dat ik mezelf kan verliezen in een verhaal, me een tijdje in een andere wereld kan wanen. Bij een goed boek vergeet ik de techniek van de schrijver erachter.

Ann Maes: Bij het schrijven van een boek is het belangrijk dat de karakters van de verschillende personages goed worden uitgewerkt. Staan die karakters op voorhand al helemaal vast of evolueren zij mee met het verhaal tijdens het schrijfproces zodat je hen ook als auteur als het ware beter leert kennen?
Om het verhaal te kunnen beginnen, moet ik de personages wel enigszins kennen, weten hoe ze praten om een dialoog te schrijven, hoe ze zich gedragen, in grove lijn hun mogelijke ontwikkelingen, enz. Maar tijdens het schrijven evolueren ze zeker mee, ze krijgen als het ware een eigen stem. Dus ik leer ze ook gaandeweg het verhaal steeds beter kennen, tot ze dag en nacht in mijn hoofd spoken en er niet meer uit willen 😉

Amanda De Leeuw van Weenen: Ik heb de Jessica Haider-serie helemaal gelezen en die vond ik geweldig (gruwelijk). De trilogie behoort tot een ander (sub)genre, dat van de domestic noir, en andere schrijfwijze. Waarom heb je hiervoor gekozen? Ik moest echt omschakelen na Jessica.
Na een serie van vijf Haiders was ik toe aan iets compleet anders. Ik wil de lezer kunnen verrassen, maar ook mezelf. Om dan tien keer hetzelfde boek te schrijven, als het ware, met vergelijkbare plots en personages, brrr, nee, dan wordt het een kunstje. Het is ook weer niet iets wat ik van tevoren kan voorspellen, het is een proces, waarbij ik luister naar mijn gevoel. De ene keer dringt zich een onderwerp aan me op, de andere keer een nieuwe protagonist (zoals nu het geval is).

Danielle: Zit er in de toekomst nog een serie a la Jessica Haider in de pen?
Nou, de nieuwe serie waarvoor ik nu de eerste stappen zet, zou zomaar een mooie opvolger kunnen worden. Het vrouwelijke hoofdpersonage heeft zeker potentie. Maar laat ik niet te voorbarig zijn. Eerst maar eens hard aan het werk!

Nel Crea (en Nathalie Bottinga): Ik zou aan Corine willen vragen of ze het wel eens moeilijk heeft met al die heftige scènes in de boeken?
Nee hoor, geen enkele. Vaak vermaak ik me daar juist enorm mee, omdat ik ze al lang van tevoren voel aankomen, en als het dan eindelijk zover is, ben ik blij dat ik ‘los’ mag.

Heidi de Jonge: Schrijf je in rust of mag je graag muziek luisteren tijdens het schrijven? Luister je dan bij de heftige scenes ook een ander soort muziek? Of maakt dat geen verschil?
Als er muziek in een boek zit, zoals Pink Floyd bij de Haider-serie, dan kun je ervan opaan dat ik tijdens het schrijven diezelfde muziek luister. Ik ben nu bezig met een manuscript waarin de protagonist veel naar Kate Bush luistert. Heerlijk. Maar ik kan me nog herinneren dat ik bij Hels verlangen naar Suicide Commando of zoiets moest luisteren omdat een van de personages daar fan van was. Ik vond het vreselijke rotherrie, maar het bracht me wel in de (duistere) sfeer die ik nodig had.

Miriam Bakker: Wat zou je doen wanneer je wakker werd en alles mogelijk zou zijn?
In feite is dat voor mij elke ochtend het geval. Het ligt aan mijzelf wat ik met de dag ga doen, met de week, het jaar dat voor me ligt. En je mag er dus genoeglijk vanuit gaan dat ik erg tevreden ben met mijn schrijversleven.

Hester Horden: Als je aan het schrijven bent, en je moet stoppen, kun je jezelf dan makkelijk resetten naar jezelf en de dingen die dan moeten gebeuren, of hang je nog enorm in je verhaallijn?
In het begin van een verhaal lukt het me aardig om af en toe afstand te nemen, maar hoe verder in het verhaal, hoe moeilijker dat wordt. Dan ga ik met m’n personages naar bed, bij wijze van spreken, en sta er mee op.

Miriam Bakker: Heb je een verhaal van tevoren in je hoofd of laat je je leiden door de personages?
Een mix van die twee. In grote lijnen heb ik de plot wel voor ogen, en wat op papier, bijvoorbeeld enkele sleutelscènes, maar gaandeweg het verhaal gaan de personages wel steeds meer leven, krijgen ze echt hun eigen stem, en eigen mening. Daar laat ik me graag door verrassen, hoewel ik ze soms wel terugfluit. Ik blijf wel de baas over het verhaal.

Amanda De Leeuw van Weenen: ‘Weet je al wat je volgende boek gaat worden? En in welke hoek moeten we het zoeken, de gruwelijke hoek of meer de psychische? Of wordt het weer iets helemaal anders?’
Ja, ik weet al wat het volgende boek gaat worden, en dat wordt zelfs de eerste van een nieuwe serie rondom een boeiende protagonist. Als alles gaat zoals ik hoop, tenminste. Het enige wat ik er op dit moment verder over kan en wil zeggen dat ik me er enorm op verheug om me daar komende zomer en winter – na de drukte rondom het verschijnen van Het kwaad in ons – helemaal in te gaan verliezen.

Jenny Brands: Hebben je familieleden wel eens kritiek gehad op wat je had geschreven, en wat is je reactie dan?
Nee, geen kritiek van familiezijde, dus daar kan ik – helaas? – niets spannends over vertellen.

Beertje van Beers: U bent een van mijn favoriete auteurs wie is u favoriete auteur?
Dank voor het compliment! Ik heb niet echt één favoriet, er is geloof ik ook niet een waarvan ik alles heb gelezen en het hangt van mijn stemming af wat ik wel of niet graag lees, maar van een aantal auteurs koop ik vrijwel ‘blind’ al hun nieuwe titels e/o heb ik aardig wat titels in de kast staan, als ik me dan beperk tot het thrillergenre zijn dat onder andere Stephen King, Michael Connelly, Elisabeth George, Ruth Rendell, Tomas Ross en Charles den Tex.

Ik ben Alexander, bouwjaar 1973. Ik lees graag thrillers en fantasyboeken. Zelf schrijf ik korte verhalen, doe mee aan schrijfwedstrijden en werk aan mijn eigen boek. Ook ben ik bouwkundig tekenaar bij een aannemer en hou ik van Formule 1 en wielrennen.

Leave a Reply

  • (not be published)